De bijbel centraal

In het museum is van 1 mei t/m 30 september de expositie ‘De bijbel centraal, vijf eeuwen statenbijbel en zijn voorgangers (1477 tot heden)’ te zien. In de expositie zijn ruim 50 bijbels te bezichtigen uit de collectie van twee gerenommeerde verzamelaars; mr. Otto van Middendorp en drs. Henk de Korte, beiden uit Ede.

Een bijzonder stuk is de Liesveltbijbel. In 1526 gaf Jacob van Liesvelt een complete foliobijbel met prenten in de volkstaal uit. Veel Liesveltbijbels zijn verbrand, waardoor deze zeer zeldzaam zijn geworden. Veel lezers van deze bijbel moest het bezit met de dood bekopen.

Uit de collectie van Van Middendorp komt een Fries Huwelijksbijbeltje uit 1843. Een prachtig met zilver beslagen bijbel met het familiewapen van echtpaar Beintema-Lauerman uit Westergeest.

Van dhr. Theunis Elzinga van (voorheen) het Bijbels Prentenkabinet te Dokkum leent het museum een bijzondere, eind 16de eeuwse, doopsgezinde bijbel uit Danzig.

De oudste bijbel in de expositie is de zogenaamde Delftse bijbel van 1477 van het Nederlands Bijbels Genootschap te Haarlem. Deze bijbel is de eerste in de landstaal gedrukte bijbel. Daarvóór waren alle bijbels in het latijn geschreven of gedrukt.

Naast bovenstaande bijbels en de bijbels uit de verzameling van de heren Van Middendorp en De Korte zijn er bijbels met goud- en zilverbeslag en bijbel-gerelateerde objecten te zien uit de eigen museumcollectie.

De expositie sluit aan bij de landelijke herdenking van de zogenaamde Dordtse Synode, die duurde van 13 november 1618 tot 29 mei 1619. Deze landelijke kerkvergadering moest een einde maken aan het conflict tussen remonstranten en contraremonstranten.

Achtergrond over de Statenbijbel:

Als in 1609 het Twaalfjarig Bestand ingaat, leggen de opstandelingen in de Republiek en de Spanjaarden de wapenen neer. De wapenstilstand duurt twaalf jaar. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden woedt echter wel een geloofsstrijd. Deze strijd was al langer gaande maar het conflict met de Spanjaarden had de verschillen tussen de partijen wat naar de achtergrond gedrukt.

Het theologische conflict draaide voor een groot deel om het leerstuk van de ‘predestinatie’ (uitverkiezing). Het ging hierbij kortweg om de vraag of God bij de geboorte van een mens al bepaalde of diegene naar de hemel of hel zou gaan.

Om dit conflict te beëindigen, werd er uiteindelijk een nationale kerkvergadering (synode) in Dordrecht belegd. Tijdens deze synode, nu 400 jaar geleden, werd besloten naast andere zaken ook de gehele bijbel uit het Hebreeuws en Grieks in het Nederlands te vertalen. De bijbel kreeg de naam Statenvertaling, omdat de Staten-Generaal de vertaling bekostigde en autoriseerde.

Tot dan toe werd er gebruikgemaakt van verschillende vertalingen, waaronder als eerste de Delftse Bijbel uit 1477, maar dat waren vertalingen van vertalingen en vaak incompleet. De synode achtte het nodig dat er een goede, eigen (gereformeerde) vertaling kwam, die zo dicht mogelijk bij de brontalen lag.